
Een elektrische auto wordt aangedreven door een of meerdere elektromotoren die hun energie betrekken uit een accupakket. Anders dan bij een verbrandingsmotor is er geen versnellingsbak nodig: de elektromotor levert vanaf stilstand direct het maximale koppel.
Het accupakket bevindt zich meestal in de bodem van de auto. Dat zorgt voor een laag zwaartepunt en daarmee voor stabiel weggedrag. De actieradius hangt af van de accucapaciteit, uitgedrukt in kilowattuur (kWh), en van de rijstijl en buitentemperatuur.
Bij het remmen wordt de elektromotor als generator gebruikt. Deze regeneratieve remming zet bewegingsenergie weer om in elektriciteit en laadt zo de accu een stukje bij. In de stad levert dat merkbaar extra bereik op.


